Plus Veeteelt zonder Braziliaanse soja: zo kan het

In discussies over het klimaat zit de veehouderij steevast in het verdomhoekje. De Vlaamse veeteelt zou onder meer te sterk leunen op geïmporteerde soja uit Brazilië en Argentinië. Dat leidt tot grote bosbranden in het Amazonewoud, aangestoken door boeren die meer landbouwgrond willen. Hoe kunnen we het veevoer in Vlaanderen duurzamer maken? Landbouwers Filip Huybrechts en Libert Bergen leggen uit hoe zij het doen.

Katleen Put | 15 oktober 2019
Cow 234835 1280

Filip Huybrechts en Libert Bergen runnen elk een extensief slachtveebedrijf in de buurt van Boutersem. Huybrechts draagt zorg voor 140 Hereford-runderen, Bergen heeft meer dan 500 dieren onder zijn hoede, vooral witblauwe runderen en Blonde d’Aquitaines. Beide bedrijven kozen een paar jaar geleden voor zelf geteeld veevoer.

“Sinds 2015 geven mijn vrouw en ik onze runderen alleen nog zelf geteeld veevoer”, vertelt Huybrechts in Buitenkans, het e-zine van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). “Onze dieren eten gras, hooi, distels … Af en toe krijgen ze wat suikerbieten, aardappelen, tarwe, spelt of gerst. De runderen eten alleen wat wij hier te bieden hebben, geen aangekocht krachtvoer. We kozen voor Hereford-runderen omdat die veel soorten voeding verdragen.” Ook Bergen vervangt steeds meer geïmporteerde soja door veevoer van zijn eigen bedrijf. “Onze Blonde d’Aquitaines zijn perfect tevreden met wat ruwvoer zoals hooi, gras en luzerne”, klinkt het. “Het voer dat we zelf oogsten kost zo’n 50 euro per ton. Voor krachtvoer met soja betaal je al snel 400 euro per ton: reken maar uit hoeveel we besparen.”

Een ander runderras

De grootste uitdaging voor landbouwers die naar extensieve veeteelt willen overstappen, is de keuze voor een ander type rund. De typisch Belgische witblauwe runderen zijn na decennialang fokken volledig afgestemd op krachtvoer en verdragen geen natuurlijke voeding meer. Met andere soorten lukt het wel.

“Witblauwe runderen zijn eigenlijk een zwak ras”, legt Bergen uit. “Hun lichaamsgewicht wordt kunstmatig opgedreven, waardoor de koeien vaak met moeilijke bevallingen kampen. Ze worden ook op jongere leeftijd geslacht. Een Blonde d’Aquitaine groeit langer en is daardoor groter en steviger gebouwd dan een witblauw rund. Dieren van bijna 1000 kilo zijn geen uitzondering. De koeien worden ongeveer vijftien jaar oud en kunnen al die tijd kalveren op de wereld zetten. Blonde d’Aquitaines verdragen ook natuurlijke voeding en kunnen extensief gehouden worden.”

Overheidssteun

Beide landbouwers krijgen van de VLM een vergoeding om grassen en/of luzerne te zaaien. Die percelen bieden meer voordelen dan alleen goedkoop veevoer: de gemengde grasstroken gaan erosie tegen, terwijl luzerne een schuilplaats biedt aan waardevolle vogels zoals de grauwe kiekendief. Zulke beheerovereenkomsten maken de omschakeling naar eigen veevoer makkelijker. Toch blijft een extensieve bedrijfsvoering in Vlaanderen een uitdaging, geven de veetelers toe.

“Voor veel handelaars zijn Blonde d’Aquitaines een onbekend ras. Herefords leveren dan weer niet genoeg vlees, ook al is de kwaliteit ervan veel beter. De grootschalige import van goedkoop rundvlees uit Latijns-Amerika zet de Vlaamse veetelers nog meer onder druk”, stelt Huybrechts. “De consument is wel bereid om wat meer te betalen voor lokaal kwaliteitsvlees, maar die extra opbrengst gaat naar de handelaar, niet naar de boer. Een restauranthouder betaalt ongeveer 12 euro voor een kilo witblauw vlees en 40 euro voor een kilo Hereford. Voor de landbouwer bedraagt het verschil in opbrengst nauwelijks een halve euro. Via de korte keten (zoals hoevewinkels, red.) houden we gelukkig meer aan ons werk over. Om een grootschalige overstap naar extensieve veeteelt mogelijk te maken, zou de overheid die keuze actief moeten steunen. Op die manier moeten er in het buitenland minder bossen sneuvelen en evolueren we naar een duurzame landbouw die economisch en ecologisch voordelig is.”

Verder lezen?

Maak een profiel aan en lees Susanova nu 1 maand gratis.