Sociale partners vragen duidelijk en becijferbaar Belgisch duurzaamheidsbeleid

België ligt niet op koers om de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN te halen. Ook de sociale partners trekken aan de alarmbel en zijn overtuigd van de urgentie. Ze vragen van de Belgische overheid een duidelijkere koers, meer en betere indicatoren om de voortgang te monitoren. Wij spraken met Kris Degroote, adjunct-secretaris van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Sarah Verhaegen | 1 april 2020
Ontwerp Zonder Titel 8
Duurzame en vlottere mobiliteit is volgens de CRB een van de uitdagingen die onlosmakelijk verbonden zijn met het welslagen van de SDG’s.

Gaat België de duurzame ontwikkelingsdoelen halen tegen 2030?

Kris Degroote: “Op dit moment staan we er niet goed voor, en aan dit tempo zullen we de SDG-doelstellingen niet halen. We kunnen niet anders dan erkennen dat er een gebrek aan politieke wil is. Sinds 2009 is er ook geen federaal plan voor duurzame ontwikkeling meer. Dat is ongehoord voor een land als België.”

Hoe groot is het probleem?

“De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn noodzakelijk om de huidige economische, ecologische en sociale uitdagingen aan te gaan en een omslag te maken naar een welvarende, inclusieve en klimaatneutrale samenleving. Het is een goede zaak dat de duurzame ontwikkelingsdoelen geleidelijk aan hun weg vinden in de Europese en wereldpolitiek. Denk maar aan de Europese Green Deal.”

“Het is te betreuren dat deze duurzame ontwikkelingsdoelen nog te weinig aan bod komen in de Belgische politiek, want ook de toekomst van het Belgische bedrijfsleven en die van alle Belgen is onlosmakelijk verbonden met de realisatie van de SDG’s. De uitdagingen zijn groot: de zoektocht naar meer innovatie, de overgang naar een circulaire economie, de transitie naar een duurzamere en vlottere mobiliteit, het waarborgen van een duurzame sociale zekerheid die tegelijk financieel haalbaar is, de energietransitie … Als we de SDG’s links laten liggen of onvoldoende aandacht geven, zetten we de toekomst van onze economie op het spel.”

Waar wringt het schoentje precies?

“Momenteel is het hoegenaamd niet duidelijk waar het Belgische beleid naartoe wil. Wij vragen de Belgische regering dat ze ambitieus is in haar doelstellingen om de SDG’s te halen. Die ambitieuze doelstellingen moeten zich vertalen in een goed en duidelijk beleid. Ten tweede vragen wij bijkomende indicatoren om de verwezenlijkingen op het vlak van de SDG’s op te volgen.”

Jullie vinden dat de indicatorenset van het Federaal Planbureau niet volstaat. Waarom?

“De indicatoren van het Federaal Planbureau volstaan niet om te evalueren of we de doelstellingen kunnen halen. Volgens ons zijn er nog bijkomende indicatoren nodig. Door bijkomende indicatoren voor te stellen, brengen we problemen aan de oppervlakte waaraan de politiek in België volgens ons meer aandacht zou moeten besteden.”

“Er moet worden nagegaan op welke vlakken België niet de vooruitgang boekt waartoe het zich verbonden heeft, om het gevoerde beleid bij te sturen en de uitvoering van de Agenda 2030 vooruit te helpen. De huidige indicatorenset is niet toereikend. Voor SDG 12, ‘Verantwoorde consumptie en productie’, zijn er bijvoorbeeld geen indicatoren om de innovatiegraad, de creatie van banen en van toegevoegde waarde in het domein van de circulaire economie te meten.”

“En om SDG 7, ‘Betaalbare en duurzame energie’, te monitoren, maakt de VN (en dus ook het rapport van het Belgisch Federaal Planbureau) geen onderscheid tussen de doelen en middelen van een duurzaam energiebeleid.”

“Vaak komt het erop neer dat de indicatoren van het Federaal Planbureau verder verfijnd moeten worden. Nog zo’n voorbeeld is de intensiteit van de broeikasgasemissies per energieverbruik. Die zitten in het Belgische rapport samen in één pot, terwijl je naar ons aanvoelen niet anders kan dan die op te splitsen per sector. Sommige sectoren hebben wel al grote vorderingen gemaakt. Daarom bevelen wij aan om dit thema op te splitsen in de energiesector, de transportsector, de gebouwensector en de industriesector.”

Waar gaan jullie je de komende periode op focussen?

“Wij hopen dat ons advies aan de (toekomstige) federale regering in aanmerking zal worden genomen bij de opstelling van een nieuw federaal plan voor duurzame ontwikkeling en dat het de politiek in beweging zal zetten om in ons land een ambitieuzer SDG-beleid te voeren. De komende maanden zullen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad verder werken rond de implementatie van de SDG’s, met een drievoudige opzet:

1) de werkzaamheden uitbreiden tot SDG 4, meer bepaald levenslang leren

2) de indicatorenset verder verfijnen en vervolledigen

3) waar mogelijk elke subdoelstelling vertalen in cijferdoelen.

Vooral dat laatste is nog een zeer grote uitdaging.”

Aanbevelingen voor federale regering

De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) is net als de Nationale Arbeidsraad (NAR) een adviesorgaan waar overleg wordt gepleegd tussen representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.

De CRB brengt adviezen uit en formuleert voorstellen in verband met economische vraagstukken voor onder meer de Belgische regering en het parlement. De NAR heeft die bevoegdheid voor sociale vraagstukken.

De CRB wordt samen met de NAR doorgaans ‘het Huis van de Belgische sociale partners’ genoemd.

Omdat ze merkten dat er in België te weinig gebeurde om de SDG’s en de Agenda 2030 te realiseren, beslisten de CRB en NAR om een gezamenlijk advies uit te brengen, gericht aan de federale regering. Ze vertrokken van het tweejaarlijkse voortgangsrapport van het Federaal Planbureau. Dat rapport bevat subdoelstellingen die gekoppeld zijn aan de SDG’s en indicatoren voor de opvolging van de voortgang van de verschillende duurzame ontwikkelingsdoelen. In het advies doen de CRB en NAR aanbevelingen ter verbetering van zowel de monitoringsscope van de subdoelstellingen als de set van indicatoren om de voortgang van de SDG’s op te volgen. En ze gaan nog een stapje verder: voor een aantal geselecteerde SDG’s spreken ze zich ook uit over de ambitieniveaus die België volgens hen zou moeten nastreven. Door een ambitieniveau te bepalen en opvolgingsindicatoren aan te reiken, stellen de raden precies voorop welke doelstellingen de politiek in België zou moeten nastreven.

Deze SDG’s vallen binnen het de bevoegdheidsdomein van de CRB en de NAR:

  • SDG 1: Geen armoede
  • SDG 4: Kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren
  • SDG 5: Gendergelijkheid
  • SDG 7: Betaalbare en duurzame energie
  • SDG 8: Waardig werk en economische groei
  • SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur
  • SDG 10: Ongelijkheid verminderen
  • SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen (specifiek duurzame mobiliteit)
  • SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie
  • SDG 13: Klimaatactie

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!