Gelijke kansen op het werk: Atlas Copco doorbreekt het glazen plafond

Tegen 2030 wil Atlas Copco 30 procent vrouwelijke werknemers in dienst hebben. Gendergelijkheid is een van de actiepunten binnen het duurzaamheidsbeleid van deze industriële groep. Business controller sustainability Karen Bens: “Een inclusieve bedrijfscultuur kan onze groei alleen maar ten goede komen.”

Ellen Vervoort | 20 april 2020
Vrouwen aan het werk Atlas Copco
Om zijn doel te bereiken, probeert Atlas Copco taboes te doorbreken.
© Atlas Copco

In hun Sustainable Development Goals pleiten de Verenigde Naties voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen (SDG 5), ook op het werk. Toch werkt het grootste deel van de vrouwen in de zorg of het onderwijs en zijn in sectoren als de bouw, de industrie en het transport wereldwijd vooral mannen aan de slag. Vlaamse cijfers illustreren dat: het zorgpersoneel bestond in 2018 voor 81,5 procent uit vrouwen, het onderwijs voor 71,5 procent. In de bouw waren slechts 9,9 procent vrouwen aan de slag, in de industriële sector lag dat percentage op 25,2 procent. Ook in leidinggevende functies zijn de rollen ongelijk verdeeld: slechts één op de drie managers is een vrouw.

Bij Atlas Copco is dat niet anders. De internationale groep produceert innovatieve compressoren, vacuümoplossingen, generatoren, pompen, elektrische gereedschappen en montagesystemen. Iets meer dan 80 procent van de werknemers zijn mannen. Daar wil de organisatie verandering in brengen. Business controller sustainability Karen Bens: “Een bedrijf kan pas innovatief en future-proof zijn als het inzet op een betere mix van werknemers. Het gaat niet alleen om diverse nationaliteiten, maar ook om de verschillende energie die mannen en vrouwen op het werk uitstralen.” Binnen een doordacht duurzaamheidsbeleid streeft het bedrijf daarom niet alleen naar meer klassieke industriële doelstellingen zoals veiligheid en innovatie, maar ook naar gendergelijkheid.

Focus op gelijkheid

Tegen 2030 wil het bedrijf wereldwijd minstens 30 procent vrouwelijke werknemers tellen. Die doelstelling formuleerde de groep in 2018. Karen Bens: “Op twee jaar tijd hebben we enorme resultaten geboekt, gewoon door erop te focussen. In 2018 was 18 procent van de medewerkers bij Atlas Copco een vrouw, eind 2019 bestond ons wereldwijde personeelsbestand van 38.000 werknemers al voor 19,8 procent uit vrouwelijke werknemers.”

Dat succes is het gevolg van een weldoordacht duurzaamheidsbeleid dat steunt op KPI’s (key per¬for-mance in¬di¬ca¬tors) verdeeld over vijf pijlers: producten en diensten, mensen, ethiek, milieu, en veiligheid en welzijn. “Die KPI’s bepalen we in een driejaarlijks materialiteitsonderzoek waarin we al onze stakeholders bevragen. Dat deden we al voor de VN de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen formuleerden. Sinds 2015 maken we ook de vertaalslag naar de SDG’s waarop we als organisatie de grootste impact kunnen hebben. Behalve op gendergelijkheid focussen we onder andere op verantwoorde productie en consumptie en op vrede en veiligheid.”

Diversiteit op alle niveaus

Om de doelstelling op het vlak van gendergelijkheid te halen, nam CEO Mats Rahmström het initiatief om binnen alle afdelingen en werkniveaus een diversiteitsraad op te richten. “Die raden krijgen de vrijheid om actieplannen op te stellen en zelf te testen hoe we onze bedrijfscultuur meer inclusief maken. De resultaten toetsen we af aan onze KPI’s, en succesvolle maatregelen worden waar mogelijk uitgebreid naar andere werkniveaus.”

Het begint al bij de rekrutering. “We merken dat vrouwen vaker geneigd zijn om niet te solliciteren als ze niet aan alle vereisten in een jobomschrijving voldoen, terwijl mannen over het algemeen zelfverzekerder zijn over hun kwaliteiten. Om meer vrouwen aan te trekken, hebben we daarom het taalgebruik in onze vacatures voor sales- en servicefuncties aangepast. Zo focussen we bijvoorbeeld eerder op stimulerende in plaats van op informatieve termen.”

Mentorschap

Heel wat vrouwen stoten vandaag nog op het zogenaamde glazen plafond, ook bij Atlas Copco. “We hopen dat we in 2030 30 procent vrouwen zullen zien op elk werkniveau, maar we beseffen dat we nog een lange weg moeten afleggen om dat te bereiken”, stelt Karen Bens vast.

Binnen een aantal afdelingen van Atlas Copco, waaronder de Belgische vestiging Atlas Copco Airpower in Wilrijk, probeert het bedrijf daarom barrières weg te werken door een mentorschapsproject. “Vrouwen die al een tijdje bij ons werken en doorgroeimogelijkheden zoeken, laten we coachen door leden van het hogere management. Die kunnen hen leren om een netwerk en ervaring op te bouwen.”

Vandaag zijn de meeste van die mentoren nog mannen, maar in de toekomst krijgen vrouwelijke werknemers idealiter ook een vrouwelijk rolmodel. “We zien dat de helft van de vrouwen die tot nu toe aan zo’n mentorschapsprogramma deelnamen vandaag een andere functie hebben, bij Atlas Copco zelf of bij een extern bedrijf.”

Weg met de clichés

Om zijn doel te bereiken, probeert Atlas Copco taboes te doorbreken. Die taboes zijn volgens Karen Bens vooral een gevolg van hoe onze cultuur in elkaar zit. “In België geldt jammer genoeg nog te vaak het cliché dat vrouwen in hun job een stapje terugzetten zodra er kinderen zijn, terwijl hun man de carrièreladder opklimt.”

In Aziatische landen weegt een gezin bijvoorbeeld minder zwaar door. In de Power Technique-divisies van Atlas Copco in China, Japan en Zuid-Korea was in 2018 40 procent van de managers onder het hoogste niveau een vrouw. “Dat komt onder meer omdat de grootouders inwonen bij kinderen en kleinkinderen en de opvang op die manier verzekerd is.”

Kunnen we iets leren van de Aziatische landen? Karen Bens vindt van wel: “Vrouwen in onze Aziatische vestigingen laten vooral zien dat het mogelijk is, en dat we niet bang hoeven te zijn om de stap te zetten.”

SDG

Gendergelijkheid

Probeer Susanova gratis uit!

Wilt u meer dan alleen nieuws? Al onze plusartikels, reportages en analyses lezen? Kies dan voor een proefabonnement van een maand!